Spreekwoorden

 

 

Een oud haags spreekwoord:
vroegâh waren duh bieâhkrattuh nog van hout
en moès je doâh zuipen om duh kachel aan tuh houden.

Zoals het klokje in de kroeg tikt, tikt het nergens

het zal mij mijn zak jeuken
het zal mij een een worst wezen

op zijn poot spelen
reclameren, klagen

iemand oren aannaaien
iemand iets wijsmaken

hij weet van voren niet dat hij van achteren leeft
hij is erg dom

om de hals vliegen
hartelijk verwelkomen

de derde man brengt de praat an
drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee

op de spits drijven
ten top drijven

een schip met zure appelen
een dreigende bui

door een hennepen venster kijken
opgehangen worden

zich in de vingers snijden
zich (financieel) benadelen

niet onder stoelen en banken steken
er rond voor uitkomen

in het wild weg
zonder overleg

ergens geen kijk op hebben
de oplossing niet zien

dat is een kolfje naar zijn hand
dat kan hij wel aan

onder de vijgeboom rusten
in rust en welstand leven

die veel begeert veel ontbeert
altijd meer willen maakt ongelukkig

een lesje geven
straffen

geen kik geven
zwijgen, zich niet laten horen

veel in de melk te brokken hebben
veel macht hebben

iemand om de vinger winden
macht hebben over iemand

zich onder het juk der dwingelandij krommen
onderworpen zijn

met de helm geboren
bijzonder voorzichtig

het blad is omgeslagen
het is voorbij

moet je nog peultjes
wat zeg je daarvan!

met los kruit schieten
schijnbaar streng straffen met een straf die in feite geen nadeel oplevert

een blind paard zou er geen schade doen
er valt niets te rapen - het is er armoedig

aan het kortste eind trekken
in de ongunstigste positie zijn

tussen kaai en schip verloren gaan
verloren gaan, gestolen worden

de bokken van de schapen scheiden
de goeden van de kwaden scheiden

de put dempen als het kalf verdronken is
het slechte verbeteren als het telaat is

de maat is vol
dat volstaat

zich uit de voeten maken
maken dat men wegkomt

het hinkende paard komt achteraan
de grootste problemen houdt men voor het laatst

tussen de vier muren
in een kamer opgesloten

iemand het leven zuur maken
het iemand erg moeilijk maken

al moesten de kraaien het uitbrengen
ooit wordt de zaak bekend

in de lach schieten
plots beginnen te lachen

als de dagen lengen begint de winter te strengen
na 21 december worden de nachten kouder

geen knip voor de neus waard
waardeloos

ruiten tikken
inbreken

men moet vossen met vossen vangen
tegenover sluwheid moet men zelf ook sluw tewerk gaan

zich in allerlei bochten wringen
er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken

twaalf ambachten dertien ongelukken
wie van alles wat doet, doet niets helemaal goed

in gezegende omstandigheden verkeren
in verwachting zijn

de baron spelen
(onterecht) baas spelen

alle molenaars zijn geen dieven
scheer niet iedereen over dezelfde kam

te kust en te keur
naar keuze

nieuwe heren nieuwe wetten
nieuwe bazen vaardigen ook nieuwe regels uit

om het hart slaan
schrik bezorgen

een keulse reis doen
heel lang wegblijven

olie in het vuur
de gemoederen nog meer ophitsen