Een roodborst, de schat,
ziet hem tikken,
tegen het bekende raam.
en dat doet hij al de eeuwen.
waar haalt die toch de moed vandaan.
Een malmeloot in Amsterdam,
die vroeg zich af waar blijft mijn tram.
hij was op zoek, waar is het IJ
daar woonde ooit Co Lumbus bij.....
Een roodborst , de schat,
bleef maar tikken,
tegen het raam alom bekend ,
en dat doet hij vele eeuwen.
aan dit tikken komt geen end.
Toen moeder aan de was was
zag ze een heel stel vliegen vliegen
er was ook een bij bij
die vlogen onder de deur deur.
Een batavier gul met een lach,
tippelde de ganse dag
Het ging met zwier,
in lichte tred,
‘t’was Jan de eerste met een pet.
Ook ’n Hun met lange benen,
’
’t zat h’m toen al zijn genen
jakkerde toen al achter hennen’
naar zijn wilgentakkenrennen.
Zelfs de Kelten dat was dond’ren,
Waren op de Rijn aan ’t vlonderen,
Met gemak en vaak mileur.
Ging ’n kelt er tussendeur
Ook de Noorman wist van wanten.
Vaak op zoek naar nieuwe ‘klanten’
Stoer op tocht naar Lage Landen,
Smeedde daar vaak vuige banden….
Zag je ooit die dappere mannen,
Steevast op ons kastje rammen…..
Dat oudgehoer in C kwadraat
Liet men liever aan de straat…
stik, verrot, verteer,
donderop en flikker neer,
krijg de kouwe kippenkoorts,
val in moten voor mijn poten,
val in drieen voor mijn knieen,
in 1 woord: stik!
verdamp verrot verteer,
donderop en bliksem neer
val in drieen op je knieen,
krijg de koude kippen koorts
hik stik enzovoorts
stik,verek,verroest,verteer...
breek je nek en lazer neer...
krijg de kale kippenkoorts...
waterpokken enz...
breek in drie-en,
voor m,n knieën..
breek in moten voor m,n poten...
en...barst!
Val in drieen voor m'n knieen
Val in moten voor m'n poten
Buig je knieen, splijt in drieen
Val in stukken van je krukken
Val in brokkken uit je rokken
Val in de sloot dan ben je dood
|